Lid worden van het Corps Flaminea? Dat betekent vechten met een scherpe degen. Want zo kweek je karakter. In het mannenwereldje van het internationaal vertakte Corps zijn eeuwenoude tradities de leidraad voor een moreel verheven studentenleven. Ook Leuven heeft een eigen vereniging.

Met een scherpe Degen

KWEEK JE KARAKTER

27 oktober 2014 | Van onze redacteur Stijn Cools Foto’s Brecht Van Maele

In een oefengevecht dragen de korpsleden een soort schermkledij.

In een oefengevecht dragen de korpsleden een soort schermkledij.

Een zolder in Leuven met grote vlaggen van de Antwerpse, Vlaamse en Limburgse Leeuw tegen de muur. Er hangt een gewijde stilte, tot een ‘Oude Heer’ bevelen schreeuwt in het Duits. ‘Hoch Bitte. Fertig. Los.’ Waarna het getik van metaal op metaal weerklinkt. Twee ‘paukanten’ proberen elkaar met houwdegens, schlägers, te raken. Ze schermen enkel met de rechterarm, verroeren verder niet. Dan een doffe klap als de ene Leuvense student het masker van zijn uitdager treft. Het gevecht gaat door, tot de Oude Heer er met een luide ‘Halt’ een einde aan maakt.

Van het portret van Albrecht Rodenbach naast de bar tot een exemplaar van ‘How to be a Gentleman’ in de boekenkast, het Corps Flaminea beschouwt zichzelf niet als een gewone studentenclub. Wel als een academische vereniging die teruggrijpt naar gebruiken uit de negentiende eeuw eigen aan Duitse corpscultuur. Zoals het levenslange lidmaatschap en de mensuur, het schermen met scherpe degens.

Zwaard ter bescherming

Voor een echt gevecht beschermen

Voor een echt gevecht beschermen

In de rokerige bar achteraan het corpshuis in Leuven dragen alle leden keurige jasjes en hemden, een enkeling zelfs een strik. ‘We hebben de plicht om een kraag te dragen: een hemd of een polo’, verklaart de 24-jarige student Adriaan Slechten. Verder valt er geen vrouw te bespeuren. ‘Ze mogen langskomen hoor, zijn meer dan welkom. Maar lid worden is er niet bij.’

Op zijn linkerwang zit een litteken, de huid opengereten door een degen. Een aandenken aan zijn tweede ‘partie’, in de terminologie van het corps. Voor de gewone sterveling: een ouderwets gevecht met degens. Wie lid wil worden, moet minstens één keer zo’n partie vechten. ‘Als enige vereniging in de Benelux doen wij nog aan de mensuur, het academisch schermen. Dat dateert uit de middeleeuwen, toen een student van stad tot stad moest reizen en een zwaard droeg om zich te beschermen.’

In het Duitse studentenleven van de negentiende eeuw krijgen de duels – voorheen vaak op leven en dood – een rituele invulling. Het wordt een manier om jezelf te bewijzen. De strikte regels van toen worden tot op vandaag gevolgd. Alleen statisch vechten met één arm is geoorloofd en alleen het hoofd mag worden geraakt.

Op een doordeweekse avond gaat het er op de zolder van het Corps Flaminea ontspannen aan toe. Vooral de houten constructie met aan het uiteinde een wikkel van tape en mousse krijgt het klap na klap zwaar te verduren. Student Slechten wisselt ook enkele slagen met de vechtmeester in beschermende kledij, te vergelijken met de uitrusting van een schermer. Als het hard tegen hard gaat, liggen er een maliënkolder en een lompe stalen veiligheidsbril klaar. Maar nu beperken ze zich tot pauken, oefenen.

‘Er zijn geen winnaars en geen verliezers in de mensuur’, legt Slechten uit. ‘Het is een gevecht tegen jezelf. Je mag wel je arm bewegen, maar niets anders. Dus niet achteruitdeinzen, bukken of zelfs maar je hoofd bewegen. Dan faal je en is het afgelopen. Het is een kwestie van het einde te halen.’

Er kan bloed vloeien. In de eerste verplichte partie gebeurt dat zelden. Wie er daarna voor kiest om de houwdegen nogmaals op te nemen, loopt een groter risico op een serieuze jaap. Er is wel altijd een arts aanwezig om de wonden te naaien.

‘Er zijn schachten die afhaken uit angst voor hun eerste partie. Ik denk dat het vooral een kwestie is van met stress om te kunnen gaan, rationeel te blijven en niet te panikeren. Je leert er ook van. Het leven valt makkelijker te relativeren na de houw van een degen’, aldus Slechten.

Oude Heren

Het kloppende hart van het corpshuis is bar achteraan. Enkele Oude Heren zitten er aan het streekbier, hun lint in Pruisisch blauw, wit en Napels geel om de schouders. ‘De Oude Heren zijn al lang afgestudeerd, maar een lidmaatschap is voor het leven. Dat is het principe van de Levensbond en een van de fundamenten van het Corps’, zegt Alexander Deloof, een 34-jarige vastgoedmakelaar uit West-Vlaanderen. ‘We betalen ieder jaar nog een fikse bijdrage.’

Ook op zijn voorhoofd een duidelijk zichtbaar litteken. ‘De erfenis van een diepe partie, waar alles toegelaten is. Het is niet zo goed genezen.’Tegen een wand van de bar hangt een kaartje van Europa geprikt met vlaggetjes op. Het Corps is geen exclusieve Duitse aangelegenheid, met een Vlaams buitenbeentje. Verspreid over heel Centraal-Europa hangen jonge en minder jonge mannen de vier kernwaarden van het corps aan: academische uitmuntendheid, mensuurvechten, tolerantie en de band voor het leven. En dat in navolging van bekende leden als Otto von Bismarck en Karl Marx.

Met nog geen vijftig aangesloten studenten en ex-studenten reikt de roem van het Corps Flaminea, dat over enkele weken zijn 25-jarig bestaan viert, zo ver nog niet. ‘Maar we trekken de laatste jaren toch meer leden aan’, aldus Deloof.

Voor de buitenstaander komt het Corps over als een exclusieve mannenclub met een militaristisch trekje. Een beeld dat nog wordt versterkt doordat er in Duitsland enkele verenigingen uiterst conservatief en extreemrechts zijn. ‘Dat zijn Burschenschaften, zij hebben dezelfde symbolen, maar heel andere waarden dan het Corps. Alle nationaliteiten zijn bij ons welkom en we zijn volledig apolitiek’, zegt Deloof. ‘We zijn alleen conservatief in die zin dat we meer uit tradities putten dan andere verenigingen.’

Voelen de leden van het Corps Flaminea zich beter dan andere studenten? Slechten: ‘Niet beter. Wel anders.’ Deloof: ‘Wij willen vooral onszelf verbeteren.’

Quelle: ds De Standaard